De Bar.

Sjef kijkt me aan. Tranen in zijn ogen. Zijn diepliggende oogjes, klein van de drank, in een gezicht vertrokken van de ingehouden emotie. Het gezicht dat ik zo vaak aan de andere kant van de bar heb gezien. Altijd op standje tevreden, terwijl hij ongemerkt zatter en zatter werd naarmate de avond vorderde. Maar tot aan de laatste bus. Om 12:00 stipt stond hij aan de bushalte voor de ingang van de kroeg, om op tijd en veilig thuis te komen bij de vrouw. Zijn korte nek dieper in de kraag van zijn fluorescerende bouwvakkersjas getrokken, handen stijf in de zakken van de bijpassende broek, te wijd voor zijn evenredig korte benen. Nu zit hij hier, misplaatst buiten de setting van de bar of bushalte, op de passagiersstoel van mijn Toyota Auris station.


“Nou, bedankt”, hakkelt hij, de brok in z’n keel hoorbaar. Dan stilte. Geen beweging. We weten dat hij moet uitstappen, maar we wachten nog een paar tellen. Een paar tellen voor het einde van een tijdperk. Voor het sluiten van de bar waar we jaren van ons leven hebben gesleten, samen met de rest van het lokale meubilair. Ik achter de bar, een krappe 15 jaar geleden, toen ik er eerst als bijbaan in de weekenden werkte en later fulltime om mijn wereldreis te betalen. Ik weet niet wat me meer heeft gevormd, die wereldreis of mijn tijd achter de tap van De Bar.


Vanavond was de allerlaatste avond. Vrij onverwacht kreeg ik het berichtje, op 7 maart 13:55. “Kom je vanavond ook naar De Bar? Weet niet of je het wist, maar het is de laatste avond van Peter, mocht je ook afscheid willen nemen. Hij heeft ‘op z’n Peters’ niemand uitgenodigd, daarom doe ik het maar. Ik, en Peter zeker ook, zou het gezellig vinden als je komt.” Poeh. Dat moest ik even verwerken. Ik was alweer een heel end verwijderd van De Bar. Letterlijk en figuurlijk. Sinds mijn fulltime barvrouw-tijd was ik gaan studeren, verhuisd, gaan werken, samenwonen, en meer van het soort zaken dat het leven in sneltreinvaart voortzet. De Bar, die lag nog dicht bij mijn hart, maar was ver van mijn dagelijks leven geraakt.


Net als Peter. Degene die me meer dan 10 jaar geleden samen met zijn vrouw Carolien ter plekke aannam en opleidde als hun nieuwe barvrouw, op een stampvolle donderdagavond om tien over tien. Ik was er per ongeluk, die avond. Lag eigenlijk al in bed, waar ik bruut uit gerost werd door mijn broer. Hij was kampioen geworden op de voetbalclub en ging het na de kantine vieren in De Bar. Ik moest mee. Dus stond ik op, trok iets aan dat op de bureaustoel van mijn ranzige tienerslaapkamer lag en stapte de deur uit, de straat uit en de bar in. De walm van hossende voetballers, sigaretten en de biertap die maar open bleef staan kwam me tegemoet. Ventilatie was er in die tijd niet. (Niet dat die er later wel is gekomen.) De geur die me nu meteen zou terugbrengen naar dat moment en alle momenten die volgden in De Bar.


Vanachter de toog wenkte iemand me. ‘Kom eens hier’, las ik in het gebaar tussen de menigte door. Tussen de mannen door glippend kwam ik dichterbij, schoof naar de zijkant van de toog waar Carolien me tegemoetkwam. “Hey, zoek je een baan? We kunnen nog wel iemand gebruiken hier in de weekenden. Geen probleem als je niet kan tappen, dat leren wij je wel. Hier is mijn nummer. Bel me morgen even, dan spreken we iets af.”


Ik nam het groezelige papiertje aan en stak het in mijn zak. Tof. Ik wist wat mijn nieuwe bijbaan ging worden: barvrouw. Wat ik niet wist, was dat het verzoek eigenlijk bedoeld was voor een andere meid die vlakbij me in de buurt stond tussen de voetballers. Ze wezen naar haar, maar ik liep naar voren, terwijl zij haar glas bier net naar binnen klokte. Carolien dacht dat ik de meid was die haar getipt werd, en ik stelde geen vragen. Ach, het universum.


Zo was het dat ik vandaag terechtkwam op de afscheidsavond van dezelfde Bar, zo'n 15 jaar later. Een avond die het eind van een tijdperk zonder genade of aankondiging inluidde. Een tijdperk waarin ik sinds het groezelige papiertje met Carolien & Peters nummer opgroeide achter de bar. Van stinkende 16-jarige naar studerende 18-plusser en door naar jongvolwassen wereldreiziger. En een verrekte goede biertapper. Meezinger. Praatjesmaker. Tostibakker. Autosleutels-vorderaar. Nootjesuitdeler. Koffieschenker. Toedeloe-draaier (als de laatste ronde voor sluitingstijd is ingezet). Grapjeslacher (ook als ze niet grappig zijn). Vrolijkdoener (ook als je niet vrolijk bent). Misère-aanhoorder (ook als je het niet wil horen). Therapeut, counselor, compagnon, adviseur, vriend en verzorger.


Alles kreeg ik mee vanachter de bar. Een speciale plek om te zijn. Je bent zichtbaar en onzichtbaar. Je bent vriend en anoniem. Je bent er. Hoe dan ook. Een rotsvaste zekerheid in een grillig leven. In De Bar kun je terecht. Voor vergetelheid, om je hart te luchten of de snelle buitenwereld gewoon even buiten te laten. Hier binnen begeven we ons in een vacuum. Waar de tijd stilstaat, de tap open en de kont even mag rusten op de barkruk. Met de barvrouw of -man in het centrum van dat alles. In het oog van orkaan die de echte wereld heet.


Het is in dat vacuüm dat ik alles leerde over de echte wereld.


- Dat de tijd dus wel kan stilstaan. Voor een avond.

- Dat de buitenwereld niet hoeft te tellen, zodra je de deur dichttrekt.

- Dat Rode Wodka Redbull nooit uit de tijd raakt voor iedereen onder de 20, hoe giftig dat spul ook uitziet.

- Dat rocker Fred de band Slayer niet aanvraagt omdat hij het mooi vindt, maar omdat wij het pertinent niet draaien op vrijdagavond wanneer de kroeg vol staat met jong volk. Gewoon om ons te kloten.

- ‘Even eentje drinken na het werk’ betekent dat er 2 uur later minstens 10x gebeld wordt door de vrouw die het eten al een uur op tafel heeft.

- Je tosti’s niet moet vergeten zodra ze onder de grill liggen, want je ruikt ze pas zodra ze zo klaar zijn als een dakpan.

- De beste naam voor een herenclub “niks moog” is, wanneer die de damesclub van hun vrouwen opvolgt, genaamd “niks mot”.

- Dat je koffie zwart drinkt, omdat dat zo hoort. Cappuccino is voor wijven en suiker voor sissy’s.

- Dat je whiskey met 1 klontje ijs drinkt, omdat dat zo hoort (volgens de Schotten). Meer ijs is voor wijven, geen ijs is voor sukkels.

- Iedereen gelijk is, wanneer hij dronken is. Vaste gast danst met toerist. Louche autodealer drinkt met droevig gescheiden wiskundeleraar, die later zijn nieuwe vrouw treft op drie barkrukken naar rechts. Jonge pop praat met gokker. Alcoholist lacht met verenigingslid. Pukkeltiener kaart met jonge vaderclub. Borrelende tennisdames kletsen met pensionado. Bouwvakker filosofeert met Burgemeester.

En dan is het allemaal voorbij. Op een plotse donderdagavond in maart. Je hebt het hele tijdperk meegemaakt, bijna alle 15 jaar. En dan ben je oud. Dertig plus. Via een tussentijd waarin je mee wervelde in de buitenwereld, terwijl die muffe oase bleef wat hij was. Tot hij er niet meer was. Nu. Nu de laatste avond gedaan is, en Sjef en ik met troebele ogen voor ons uit kijken door de voorruit. Voor zijn deur, waar ik hem afzette, zodat hij de allerlaatste rit niet alleen in de lijnbus hoefde te stappen. “Tja”, zijn zijn wijze laatste woorden. “Dat was het”, en stapt uit met een bijna onzichtbaar knikje in mijn richting. Toedeloe.



#gratisboek

SAM_5759.JPG

Wat is dit?

Dit is dertigplus. De plek waar ik deel wat dertigers doen en denken. Of ik in elk geval. Van degelijke momenten en diepe overpeinzingen tot praktische projecten om de wereld te redden en quasi-literaire leesmomenten. 

Dit is de plek waar ik deel wat dertigers doen en denken. Of ik in elk geval. Van degelijke momenten en diepe overpeinzingen tot praktische projecten en quasi-literaire leesmomenten. 

  • Facebook
  • Pinterest
  • Instagram

©2020 dertig plus by roocoo