De verjaardag.

Bijgewerkt: 9 okt 2020

Verjaardagen als 30 plusser. Dat is even wat anders. In je hoofd zijn verjaardagen nog de dolle bende die ze ooit waren. Je brein misleidt je met herinneringen van uit de hand gelopen zuipfestijnen en legendarische avonden vol zeer succesvolle amateur dj’s voor een avond (je vrienden), professioneel ter plekke uitgevonden cocktails (de Gin Sunrise Screwdriver on the Rocks), spontaan aangesloten vrienden-van-buren-van-via-via en (wie zijn die mensen), dronken discussies over het leven met een select groepje wanneer de grens tussen nacht en dag alweer vervaagt (niemand weet de conclusies meer, maar ze waren briljant) en spontaan ingevlogen pizza’s die interne vloeistoffen razendsnel moeten vermengen met vast voedsel om een écht jankende kater te voorkomen (bedankt, Jaffa).

Hoe cru het is om dan van je fiets te stappen voor de 2-onder-1-kapper van je vrienden-met-kinderen, recht tegenover de koeienweide en het speeltuintje, die hun verjaardag vieren alsof het een kinderfeestje is. Niet te onderscheiden. En in de verste verte niet te meten aan de bende-herinnering in je hoofd.


Voor de deur staan de auto’s neus aan kont geparkeerd (ergo: een angstwekkend aantal Bob’s). Door de doorzonwoning zien vriendlief en ik het tafereel in de achtertuin. Links: ouders en schoonouders van de jarige zitten op stoelen in een halvemaan om zich heen te kijken. Rechts: vrienden staan in duidelijk gesepareerde kringetjes (vrienden van haar, vrienden van hem) om twee statafels een poging te wagen tot gesprek terwijl kinderen om hen heen fladderen met één missie… Hen verhoeden van een geanimeerd gesprek met gelijkjarigen. Moet. Afgeleid. Worden. Met zoveel mogelijk gekrijs. De opa’s en oma’s glimlachen vertederd. Wij fronsen bezorgd.

Enter the uncomfortable chaos.

Een nette knik naar de ouders, een vrolijke begroeting van de helft van de vrienden – de andere helft is afgeleid, mission accomplished – en een frisje van de drank- en spijs-tafel. Niet de teringbende van een cocktail-en-snacks-tafel die je je herinnerde, maar een netjes aangelegd perkje van kannen met limonade, glazen en kartonnen bekers, etagières met felle snoepjes, chocoladekoekjes en een good old hotelcake. Prikkers, rietjes, klaar.


Één geluk: de mannen mogen bier. Nog maar net krijg ik er een ongecontroleerd paniekerige en niet iets te felle “ik ook!” tussendoor als Ben, vriend van de jarige, een rondje haalt voor de jongens. Gegniffel vanuit de zithoek. De vrouw wil bier. Op een zondagmiddag-verjaardag. Nog vóór vieren. – Fuck it. Laat de rest maar op die limonade sabbelen tussen het achter hun kinderen aan rennen door, of de alcoholvrije slobberaars die het echt gek maken. Ik ben met de fiets, om één reden. Deze middag overleven. Met één hulpmiddel. Jupiler.


Het waanidee dat er misschien nog een gesprek te voeren viel met vrienden wordt snel genoeg om zeep geholpen. Midden in anekdotes die op hun hoogtepunt lopen – “Dus wat déden die studenten toen de faculteit gesloten voor sloop moest worden, echt episch…” – komt er een “Páááaap, moet mee”. Een klein handje dat aan de zijne trekt en vriend Willem meetrekt. Het einde van het verhaal zal ik nooit meer horen. Slapeloze nachten tot gevolg. Vriendlief en ik kijken elkaar aan. Ik grap nog “zal ik erachteraan lopen, zijn hand pakken en zeggen ‘Willéééeem, moet mee om anekdote af te maken’?”. We lachen, maar dit is ernstig.


Om ons heen krioelen ouders en kinderen in een wirwar die de wirwar van willekeurige gasten aan de Gin Sunrise heeft vervangen. Hier is geen dj, geen cocktail, geen onverwachte gast, dronken-filosofisch gesprek of ingevlogen pizza te bekennen. Alleen maar groen gras (hoe doet hij dat?), stoelen, statafels, schoonouders en snoepbuffetten.

We houden ons goed. Proberen in elk geval een paar vragen bij vrienden er tussendoor te krijgen, om iets dat lijkt op een gesprek gehad te hebben. Maar als we net lekker op gang zijn en de soep en broodjes – “de knakworsten zijn voor de kinderen, AFBLIJVEN DUS!” – naar binnen gewerkt hebben, zet plotseling de grote exodus in.


Verward en licht in paniek kijk ik om me heen. Daar is vriend A aan het vertrekken met gezin, daar bevriend stel B met kids, en in mijn andere ooghoek zie ik vriend-stel C al speelgoed rapen en inpakken. Wat gebeurt hier?! Ik moest Nathalie nog spreken over haar verhuizing, nieuwe baan en algemene toestand in het leven sinds ik dat voor het laatst heb kunnen doen een paar maanden geleden?! We moesten nog proosten, zingen, dronken worden, elkaar omarmen, lachen om niks en doorgaan zonder tijd te erkennen. Maar de tijd is er, en hij wordt genadeloos erkent. Het is 19:00 stipt. En over het een halfuur is het bedtijd. De grote aflossing van de joelende kinderen.


Bedtijd, het moment waarop heel de dag naartoe leidde, wanneer ze eindelijk weer tijd voor zichzelf hebben. Voor elkaar misschien zelfs. Als dat al lukt. Voor veel meer mensen is er even geen plaats. Dat weet ik. En toch is het jammer. Dan maar een pizza voor onszelf onderweg naar huis, met ons aangeschoten kloten op de fiets. Of toch ook maar gewoon rechtstreeks naar huis en nog even op de bank? Nu we nog tijd hebben.




#gratisboek

SAM_5759.JPG

Wat is dit?

Dit is dertigplus. De plek waar ik deel wat dertigers doen en denken. Of ik in elk geval. Van degelijke momenten en diepe overpeinzingen tot praktische projecten om de wereld te redden en quasi-literaire leesmomenten. 

Dit is de plek waar ik deel wat dertigers doen en denken. Of ik in elk geval. Van degelijke momenten en diepe overpeinzingen tot praktische projecten en quasi-literaire leesmomenten. 

  • Facebook
  • Pinterest
  • Instagram

©2020 dertig plus by roocoo